Op 2 maart 2026 zat ik, Jeroen Jager, midden in het debat Samenwerking tussen generaties. Georganiseerd door Jong Bouwend Nederland, het Young Professional Netwerk Infra en de Provincie Zuid-Holland.
Vanuit Voorkans nam ik deel. Niet als toeschouwer, maar als gesprekspartner. Drie prikkelende stellingen vormden de basis. Thema’s als samenwerken, innovatie en vakmanschap werden tegen het licht gehouden. Wat mij vooral raakte, was niet de inhoud van de stellingen, maar de verschillen in perceptie tussen generaties.
Mijn eigen spiegel
Ik herken mezelf in wat we de “generatie P” noemen: de pragmatische generatie. Hard werken. Verantwoordelijkheid nemen. Leren door te doen. Een sterke bewijsdrang, werkethos maar óók behoefte aan ontwikkeling, balans, realisme en vrijheid. En helaas niet digitaal geboren maar met pijn en moeite mee in de digitale stroom.
Na mijn opleiding in de civiele techniek ben ik gevormd in de aannemerij. In verschillende functies, “binnen” en “buiten” zoals ze zeggen. Daar leerde ik wat eigenaarschap betekent en tempo maken is. Wat het vraagt om onder druk te presteren. Scherp inschrijven op aanbestedingen en in de uitvoering creatief, oplossingsgericht en alert zijn op risico’s (lees fouten).
Inmiddels ben ik in de waardevolle positie dat ik veelal zowel in de keuken van aannemers als in de keuken van de opdrachtgevers heb mogen kijken. Buiten de processen en resultaten let ik graag op houding en gedrag. Wat mij opvalt? Ieder generatie ontwikkelt zijn eigen reflexen gevoed door ontwikkelingen en ervaringen. Soms zijn die helpend, soms mogen ze worden bijgesteld. De focus op risico’s en het scherp bewaken van posities heeft ons veel professionaliteit gebracht, maar kan ook leiden tot afstand en voorzichtigheid in samenwerking. Iets wat we juist in deze tijd van grote opgaves niet kunnen gebruiken.
Een generatiekloof die geen kloof is
Wat mij opviel in het debat, is dat jongere generaties veel minder vanzelfsprekend meegaan in dat denken. Zij stellen vragen. Over zingeving. Over samenwerking. Over duurzaamheid. Over balans. Over waarom we dingen eigenlijk doen zoals we ze doen. In het debat werd dat voelbaar. Het woord wantrouwen viel en werd zelfs gevolgd door het woord bouwfraude. Niet als iets waar we in zijn blijven hangen, maar wel iets wat mijn generatie gevormd heeft. Het heeft geleid tot professionalisering, transparantie en scherpere kaders. Maar het heeft ook een zekere terughoudendheid in relaties achtergelaten. Dat heeft vakmensen scherp gemaakt. Professioneel. Alert. Maar het heeft ook geleid tot voorzichtigheid. Tot risicomijdend gedrag. Tot het minimaliseren van verantwoordelijkheid buiten de eigen scope. En precies daar ontstaat spanning tussen generaties. Er zijn professionals die zijn gevormd in een cultuur van zekerheid en afrekening. Er zijn professionals die zijn opgegroeid met openheid, feedback en experiment. Beide zijn logisch. Maar samenwerking en innovatie groeit alleen waar vertrouwen ruimte krijgt.
Versnelling zit niet alleen in techniek
We praten in de sector graag over versnellen. Ruimbaan voor innovatie. Over nieuwe contractvormen. Over schoon en emissieloos bouwen. Maar de echte stroomversnelling zit niet in machines of modellen. Die zit tussen mensen. Stroomversnelling ontstaat wanneer we elkaar iets durven te gunnen, denken vanuit projectbelang in plaats vanuit positie en ruimte maken in contracten in plaats van ze dicht te regelen. Anders samenwerken betekent: gezamenlijk resultaat boven individueel gelijk. Beter samenwerken betekent: vertrouwen tonen wanneer het spannend wordt. En dat vraagt leiderschap.
Vakmanschap boven papier
Een ander terugkerend thema was vakmanschap. Een diploma biedt houvast. Het is zichtbaar bewijs van kennis en inzet. Maar vakmanschap gaat verder dan papier. Vakmanschap is ervaring, inzicht en verantwoordelijkheid nemen voor kwaliteit. Het is situaties kunnen lezen, vooruitdenken en eigenaarschap tonen. En vooral: durven onderzoeken of het anders en beter kan. De beste vakmensen volgen niet alleen het plan, maar begrijpen het doel en stellen de vraag of het slimmer, efficiënter of duurzamer kan. Juist daar zit de verbinding met een nieuwe generatie professionals. Zij zoeken ruimte om mee te denken, te experimenteren en te verbeteren. Niet alleen uitvoeren, maar bijdragen. Dat vraagt om tijd en ruimte om te ontwikkelen. Wie alleen stuurt op directe productie, krijgt capaciteit. Wie investeert in groei, bouwt innovatiekracht.
Voorbereiden op wat komt
De vraag die boven het gesprek hing was helder: hoe blijven we als branche aantrekkelijk voor de toekomst? Nieuwe generaties kiezen niet alleen voor salaris. Ze kiezen voor betekenis, ontwikkeling en cultuur. Voor een omgeving waarin vertrouwen het vertrekpunt is en waarin je mag groeien. Dat vraagt een andere blik op wat er onderweg niet direct perfect gaat. Niet als iets dat direct moet worden verrekend of afgestraft, maar als waardevolle feedback uit de praktijk. Als informatie die ons helpt slimmer, beter en efficiënter te worden. Het betekent ook dat we ontwikkeling niet moeten beschouwen als kostenpost, maar als strategische investering in kwaliteit en innovatievermogen. En het betekent dat we samenwerking niet impliciet mogen aannemen. We moeten haar expliciet organiseren, bespreken en begeleiden – vanaf de start.
Wat ik meenam
Het debat liet mij zien dat generatieverschillen geen probleem zijn. Ze zijn een kans, een kracht, Generatiekracht. Mits we bereid zijn onze eigen programmering ter discussie te stellen. De aannemerij heeft mij gevormd maar heeft mij inmiddels ook alweer positief veranderd. Maar het is niet het eindstation van mijn denken.
Bij Voorkans zien we dagelijks wat er gebeurt als samenwerking onder druk staat. Daarom geloven wij dat samenwerking geen bijzaak is, maar een vak. Iets wat je bewust organiseert en begeleidt, vóórdat het escaleert.
Gunnen is geen naïviteit. Het is strategisch volwassen gedrag. Als we écht willen versnellen, moeten we stoppen met het optimaliseren van ons eigen gelijk. En beginnen met het optimaliseren van het project.
De echte stroomversnelling zit niet in beton, asfalt of contracten. Die zit in hoe wij, over generaties heen, durven samen te werken. Dat is wat onze branche echt aantrekkelijk maakt voor de nieuwe generatie.





