Durven blijven op de drempel
Verandering voelt vaak alsof we zo snel mogelijk van A naar B moeten. Een plan, een planning en een duidelijk eindpunt. Toch laat de praktijk iets anders zien. Juist wanneer organisaties voor grote veranderingen staan, ontstaat er een periode waarin het oude niet meer werkt en het nieuwe nog geen vorm heeft gekregen. Dat is vaak de meest ongemakkelijke fase van verandering. En misschien ook wel de meest waardevolle.
Antropoloog Arnold van Gennep beschreef deze overgang als een drempel. Het Latijnse woord limen betekent letterlijk ‘drempel’. Jitske Kramer bouwde hierop voort en omschrijft liminaliteit als de ruimte tussen ‘no longer’ en ‘not yet’. De fase waarin het oude verhaal afbrokkelt, terwijl het nieuwe nog geschreven moet worden.
In die tussenruimte willen we vaak zo snel mogelijk door. We verlangen naar duidelijkheid, afspraken en controle. Begrijpelijk. Onzekerheid voelt zelden comfortabel. Toch ontstaat vernieuwing zelden vanuit controle. Vernieuwing ontstaat wanneer we de moed hebben om een tijdlang niet alles zeker te weten.
Volgens Van Gennep en Kramer kent iedere grote transformatie drie fases: loslaten (separatie), de liminale fase en integratie. Niet als stappenplan, maar als een natuurlijk proces waarin mensen betekenis geven aan verandering.
Eerst laten we iets los
Voordat iets nieuws kan ontstaan, nemen we afscheid van wat vertrouwd was. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het zelden. Mensen verwerken verandering ieder op hun eigen manier. De één zoekt houvast, de ander ziet direct kansen. Sommigen hebben tijd nodig om afscheid te nemen van bestaande werkwijzen, terwijl anderen het liefst meteen vooruitkijken.
De eerste verschillen ontstaan. Niet omdat mensen tegen verandering zijn maar omdat zij de verandering vanuit een ander perspectief beleven. Dat vraagt niet om overtuigen, maar om nieuwsgierigheid. Welke verwachtingen leven er? Waar maakt iemand zich zorgen over? En wat probeert iemand eigenlijk te behouden?
De ruimte tussen wat was en wat wordt
Daarna volgt de liminale fase. Misschien wel de meest spannende fase van iedere verandering. Zekerheden verdwijnen, bestaande verhoudingen verschuiven en nieuwe ideeën krijgen de ruimte. Dat kan energie geven. Creativiteit ontstaat. Mensen durven opnieuw te kijken naar hoe samenwerking ook kan.
Tegelijkertijd is dit ook de fase waarin onzekerheid voelbaar wordt. Oude zekerheden zijn verdwenen, terwijl nieuwe afspraken nog ontbreken. Juist dan groeien aannames, lopen emoties op en ontstaat de behoefte om zo snel mogelijk terug te keren naar wat bekend voelt.
Er zijn twee veelvoorkomende reacties. We grijpen terug naar het oude, omdat het veiligheid biedt. Of we verharden in standpunten, waardoor samenwerking steeds moeilijker wordt. Daarmee slaan we precies de fase over waarin de meeste vernieuwing mogelijk is.
Misschien vraagt liminaliteit daarom niet om sneller bewegen, maar om langer durven blijven. Niet om direct een antwoord te vinden, maar om ruimte te maken voor het gesprek.
Wanneer iets nieuws ontstaat
Na verloop van tijd krijgt de verandering langzaam vorm. Nieuwe afspraken ontstaan, rollen worden opnieuw verdeeld en teams vinden een nieuw ritme. Dat lijkt het moment waarop de verandering is afgerond. Toch begint hier vaak een nieuwe uitdaging.
Nieuwe structuren betekenen namelijk niet automatisch dat er een gedeeld begrip is ontstaan. Veel verwachtingen blijven onuitgesproken. Aannames sluipen ongemerkt de samenwerking binnen. Wie neemt waar verantwoordelijkheid voor? Wanneer spreken we elkaar aan? Wat verwachten we van leiderschap? Juist wanneer iedereen denkt dat de verandering achter de rug is, ontstaat vaak de meeste ruis.
Daarom geloven wij dat het gesprek niet stopt zodra de nieuwe werkwijze staat. Misschien begint het dan pas echt. Want duurzame samenwerking ontstaat niet doordat afspraken op papier staan, maar doordat mensen dezelfde bedoeling blijven onderzoeken.
Verandering begint niet bij de oplossing
Tijdens veranderingen stellen we vaak praktische vragen. Is het haalbaar? Wat kost het? Hoe hebben anderen dit aangepakt? Belangrijke vragen, maar ze helpen ons niet altijd om elkaar beter te begrijpen.
Misschien zijn juist de vragen zonder direct antwoord waardevoller. Wat laten we eigenlijk los? Welke verwachtingen nemen we ongemerkt mee? Wat hebben we van elkaar nodig zolang het nieuwe nog niet helemaal duidelijk is? Wanneer voelen we ons gehoord? En wanneer weten we eigenlijk dat onze samenwerking werkt?
Het zijn vragen die vertragen. Die uitnodigen om nieuwsgierig te blijven in plaats van direct een conclusie te trekken. Niet omdat iedere verandering hetzelfde is, maar omdat iedere samenwerking uniek is.
Leiderschap op de drempel
In liminale tijden krijgt leiderschap een andere betekenis. Niet degene met de meeste antwoorden maakt het verschil maar degene die ruimte weet te creëren voor het gesprek. Iemand die onzekerheid niet direct oplost, maar helpt om haar samen te dragen.
Liminaliteit vraagt dat we accepteren dat we nog niet alles weten. Dat onze eigen overtuigingen niet de enige waarheid zijn. Dat vraagt moed. Zeker wanneer belangen, posities of zekerheden verschuiven.
Ruimte voor het echte gesprek
Bij Voorkans zien we dagelijks dat juist in deze tussenruimte kansen ontstaan. Niet omdat verandering vanzelf leidt tot betere samenwerking, maar omdat mensen bereid zijn om verwachtingen bespreekbaar te maken voordat ze uitgroeien tot misverstanden.
Dat is ook de gedachte achter Prediation®. Niet wachten tot de samenwerking onder druk komt te staan maar preventief investeren in het gesprek. Samen onderzoeken wat de bedoeling is, welke verwachtingen leven en hoe we elkaar onderweg blijven vinden. Niet één keer, maar steeds opnieuw.
Misschien is dat wel de grootste uitdaging van verandering. Niet zo snel mogelijk de drempel oversteken maar er soms bewust even op blijven staan. Want daar ontstaat ruimte voor nieuwe inzichten, nieuwe verbindingen en uiteindelijk een samenwerking die sterker is dan daarvoor.





