De Nederlandse taal zit vol woorden en betekenissen. Alleen al in de Dikke Van Dale staan meer dan 250.000 trefwoorden. Aan woorden dus geen gebrek. Toch is één alledaags woord soms genoeg om elkaar verkeerd te begrijpen.
Onze taal staat bovendien niet stil. De nieuwste editie van de Dikke Van Dale, die in 2022 verscheen, telde pak en beet 10.000 nieuwe Nederlandse woorden. Ongeveer 10 procent daarvan was aan het Engels ontleend. Of, anders gezegd: voor die woorden mogen we de Engelse taal de ‘credits’ geven. Zo gemakkelijk sluipt die verengelsing erin.
Maar voor een misverstand hebben we geen Engelse leenwoorden nodig. Ook een Nederlands woord dat we al ons hele leven gebruiken, kan bij de ander iets heel anders oproepen dan bij onszelf. Neem ‘prima’.
Tijdens een tussentijdse werkevaluatie vertelde een begeleider aan een jonge collega dat zij ‘prima’ bezig was en vooral zo door moest gaan. Het was een prettig gesprek, bedoeld om waardering uit te spreken en de jonge collega aan te moedigen.
Toch verliet de jonge collega dit gesprek met een heel ander gevoel. Waar haar begeleider een compliment bedoelde, hoorde zij een zesje. Terwijl zij graag een acht of hoger als score wilde halen. Bovendien had ze nauwelijks feedback gekregen om haar werk te verbeteren. Als het alleen maar ‘prima’ ging, wat moest ze dan doen om het écht goed te doen?
Het bleef niet bij teleurstelling over het gesprek. De jonge collega begon zelfs te twijfelen of ze wel op haar plek zat in haar nieuwe baan. Als je voor je gevoel niet goed genoeg presteert, maar ook niet hoort wat er beter kan, is het lastig om met vertrouwen aan het werk te gaan. Was dit wel een werkomgeving waarin ze zich kon ontwikkelen?
De begeleider wilde haar aanmoedigen, maar heeft onbedoeld juist onzekerheid aangewakkerd. Zo ontstond er een groot verschil tussen de bedoeling van de één en de interpretatie van de ander. Door maar één woordje!
Welk cijfer denk jij te krijgen als iemand jouw werk ‘prima’ noemt? En zou een collega hetzelfde cijfer noemen?
Zo speelt ook de tijd waarin we zijn opgegroeid hierin een rol. Verschillen tussen generaties hoeven niet alleen te gaan om werkhouding of de plek die werk in ons leven inneemt. We kunnen elkaar ook in de woorden waarmee we waardering uitspreken, verwachtingen delen en feedback geven, mislopen. Dat hoeft niet aan leeftijd te liggen: ook onze opvoeding, ervaringen en werkomgeving kleuren de betekenis die we aan woorden geven. We spreken dezelfde taal, maar verstaan we elkaar ook?
Tussen alle aandacht voor nieuwe woorden en Engelse leenwoorden verdienen dus ook onze vertrouwde woorden een tweede blik. Juist omdat ze zo vanzelfsprekend lijken, vragen we niet snel wat iemand ermee bedoelt. Terwijl de vraag ‘Wat versta jij onder prima?’ in dit geval een heel ander gesprek had kunnen opleveren.
Elkaar beter begrijpen begint misschien wel bij zulke kleine vragen. Aan woorden geen gebrek. Soms moeten we er alleen een paar meer gebruiken om elkaar écht te begrijpen!




